Speech Hans Romeyn bij de dodenherdenking in Heiloo

Het memorandum voor de herdenking is een tekst waarmee al sinds 1946 wordt aangegeven en waarin is geformuleerd wie we herdenken op 4 mei. De tekst is bedoeld om richting te geven en is bewust algemeen geformuleerd om alle verschillende oorlogsslachtoffers in te kunnen sluiten. In het memorandum staat dat we tijdens de Nationale Herdenking allen herdenken – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Waar ook ter wereld betekent dat het ook gaat om de mensen die niet alleen in Nederland zijn omgekomen. Maar zijn omgekomen of vermoord in concentratie- of vernietigingskampen, in interneringskampen, bij dwangarbeid of op zee. Of tijdens vredesmissies en oorlogssituaties in andere landen na de Tweede Wereldoorlog. 

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er wereldwijd nog geen dag geweest zonder oorlog ….

Wat is dat toch voor een wereld waarin wij leven?

Alhoewel we op 4 mei officieel de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, de oorlogen daarna en van de vredesmissies herdenken, wil ik ervaringen van de afgelopen dagen met u delen. Ik ben met mijn vrouw Els, samen met vrienden naar België geweest, naar Ieper. De stad die, net zoals de wijde omgeving rond die stad in de Westhoek van België, zo enorm heeft geleden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van de bijna 10 miljoen gesneuvelden stierven er alleen al in de Westhoek meer dan 550.000. De achterblijvers leefden verder met littekens op lichaam en ziel, met verlies en ontgoocheling. Wie terugkwam om opnieuw te beginnen, bleef leven in een omgeving die tot op vandaag is getekend door oorlog en herdenking. Het land is bezaaid met graven, monumenten en relicten van de oorlog. Menselijke resten komen nog boven en boeren ploegen nog elk jaar niet-ontplofte munitie omhoog.

Bij de Slag bij Passendale in 1917 vielen hier in honderd dagen tijd bijna een half miljoen slachtoffers (ruim 20 maal het aantal inwoners van het huidige Heiloo), waarbij de frontlijn nauwelijks 8 kilometer verschoof. Een groot museum in Zonnebeke bij Passendale, herinnert aan de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Het museum geeft een beeld van de enorme strijd die heeft gewoed. Van alle loopgraven, van de modder, van de ondermijningen die plaatsvonden, van alle ontberingen die de strijdkrachten leden. Veel soldaten stierven niet door de hand van de vijand, maar verdronken gewoon in de modder van de verzopen Ieperboog.

De Eerste Wereldoorlog eindigde in 1918. In het “In Flanders Fields Museum” in Ieper is een uitspraak van de Britse premier David Lloyd George te lezen. Op 11 november 1918 zei hij: “Om elf uur vanmorgen eindigde de gruwelijkste en vreselijkste oorlog die de mensheid ooit heeft geteisterd. Ik hoop dat we mogen zeggen dat, op deze historische ochtend, aan alle oorlogen een eind is gekomen.”

Op een gegraveerd etensbord, in het museum in Passendale, schrijft een moeder van een omgekomen zeer jonge soldaat: “If this is victory, then let God stop all wars. His loving mother.” Als dit victorie is (dat zoveel mensen hun leven moeten geven) laat God alle oorlogen stoppen, zijn liefhebbende moeder.

In het gebied is ook een ontelbaar aantal begraafplaatsen, waarvan Tyne Cot Cemetery één van de grootste is. Bij een bezoek op 11 mei 1922 zei de Britse King George V: “We can truly say that the whole circuit of the earth is girdled with the graves of our dead. In the course of my pilgrimage, I have many times asked myself whether there can be more potent advocates of peace upon earth through the years to come, than this massed multitude of silent witnesses to the desolation of war”.

Dit betekent zoveel als: “ik heb mezelf al heel vaak afgevraagd, kunnen er meer potentiele advocaten voor vrede zij dan deze enorme hoeveelheid van stille getuigen van de verwoesting die de oorlog heeft aangericht.”

De hoop van de Britse premier David Lloyd George, de van verdriet doordrenkte oproep aan God van een moeder die haar jonge zoon heeft verloren, de oproep van de Britse King George V, hoe heftig en hartverscheurend ook, lijken totaal geen indruk op ons te maken …… Iedere keer weer opnieuw onstaan er oorlogen en gewapende conflicten of gunnen we elkaar het leven niet. Waarom zijn we niet in staat in vrede met elkaar te leven, ondanks de verschillen die er tussen mensen bestaan?

Vandaag herdenken we, zoals gezegd, de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, de oorlogen daarna en van de vredesmissies. Estelle van de Radboudschool in Heiloo heeft over dat herdenken een mooi gedicht geschreven dat zij nu zal voordragen:

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft mevrouw Khadija Arib, voorzitter van de Tweede Kamer, gevraagd om voor dit jaar de jaarthematekst te schrijven. De tekst heeft als titel meegekregen: “Democratie komt met een verantwoordelijkheid”. De tekst is te indrukwekkend om niet een klein gedeelte met u te delen.

Khadija Arib schrijft onder andere: “Een zeer bekende en indringende foto van de Jodenvervolging in Nederland werd gemaakt op 20 juni 1943. Op die dag meldden zich vele honderden Joden op het Olympiaplein in Amsterdam. Ze hadden zo veel mogelijk bezittingen meegenomen en zo veel mogelijk kleren aangetrokken op die warme zomerdag. Bezorgde gezichten, een ongewisse en onheilspellende toekomst tegemoet. 

In zijn  Kroniek der Jodenvervolging 1940-1945  beschrijft Abel Herzberg hoe op deze zonnige dag op het nabijgelegen sportveld ondertussen gewoon werd doorgespeeld: “Het weer was mooi die dag, en op het sportveld werd mitsdien de gebruikelijke sport bedreven. De wachtende Joden konden daar met oog en oor getuige van zijn. Het waren geen NSB’ers die daar speelden. Het was de meerderheid van het Nederlandse volk. Men was aan zeer veel gewend geraakt.

De foto en de woorden van Herzberg brengen het grootste gevaar van een totalitair systeem als het nazisme in beeld: het onvermogen of de onwil om begaan te zijn met de ander. 

De Tweede Wereldoorlog is niet alleen een bittere les ten aanzien van het verleden, maar ook een opdracht voor de toekomst. Onze democratie komt met een verantwoordelijkheid. Door vanuit de vrijheid van nu terug te kijken naar de onvrijheid van toen, zien we scherper dan ooit dat een democratie niet alleen geeft maar ook vraagt, namelijk om mee te doen. 

Natuurlijk door gebruik te maken van je stemrecht, maar ook door te debatteren, meningen uit te wisselen, naar elkaar te luisteren, kritisch te oordelen en compromissen te sluiten.

Door de stem van de minderheid, hoe afwijkend ook, te erkennen. En door in staat te blijven om in de schoenen van een ander te gaan staan, met de ander begaan te zijn.”

De wens van onze Tweede Kamervoorzitter voor onze democratie en onze vrije, open samenleving is dat we er heel bewust onderdeel van zijn. Dat we niet wegkijken, niet onverschillig zijn, nooit meer wennen aan een beeld van een groep mensen - ondanks de felle zomerzon in dikke truien en jassen - met de angst op hun gezicht, wachtend op deportatie.

Ik ben dat van harte met haar eens!

Gisteravond mochten wij aanwezig zijn bij de toneelvoorstelling “Foto’s die vervagen”, geschreven door Martine Faber uit Heiloo. Het stuk gaat, net als in de tekst van mevrouw Arib, ook over een joodse familie, de familie Bonnewit. Twee familieleden uit Amerika van de familie waren daarbij ook aanwezig, indrukwekkend!

Nico en Lodewijk Bonnewit (3 en 6 jaar oud)

De familie Bonnewit was een Amsterdams gezin. „De vader was zeer actief in de Joodse gemeenschap, ook tijdens de oorlog. Omdat hij een bekende Jood was, werd het uiteindelijk te gevaarlijk en moest het gezin onderduiken. Vanwege de veiligheid werd het gezin gesplitst. De kinderen gingen naar een adres in Amsterdam, dat nog steeds niet bekend is. De ouders gingen naar Heiloo, waar ze vier verschillende adressen hadden en uiteindelijk terecht zijn gekomen op de Spoorlaan, waar ze tot het eind van de oorlog zijn gebleven en tot hun overlijden hebben gewoond. De kinderen echter zijn verraden en omgebracht in Sobibor in 1943.”

„Ik heb me afgevraagd,” zo zegt Martine, „hoe kun je na zoiets verschrikkelijks verder leven?”

Het is goed om te herdenken. Maar er is op deze wereld zoveel leed veroorzaakt, ook door onszelf dat we, wat mij betreft, maar eens goed na moeten denken over het gedicht dat Estelle als jongere heeft voorgedragen, maar ook dat we te rade moeten gaan bij de uitspraken van de Britse premier David Lloyd George, de van verdriet doordrenkte oproep aan God van een moeder die haar jonge zoon heeft verloren, de oproep van de Britse King George V, of aan de vraag van Martine Faber in haar toneelstuk “Foto’s die vervagen.” De foto’s mogen nooit vervagen, maar laten we er toch eindelijk eens een keer van leren!

Of zoals ik het zelf zei afgelopen 26 april in de Witte Kerk ter gelegenheid van de uitreiking van de Koninklijke Onderscheidingen: “Laten we met elkaar blijven werken aan een goede samenleving, met aandacht voor elkaar. n dat begint klein, gewoon in onze eigen omgeving, in je eigen gezin, in Heiloo, in de Regio Alkmaar, kortom gewoon dicht bij huis. Daar begint het om een goede samenleving vorm te geven.”

We kunnen daar, om bij het jaarthema 2019 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei te blijven, in alle vrijheid voor kiezen. En daarom is het goed om ons te blijven herinneren, om te blijven herdenken en de democratie, zoals onze Kamervoorzitter die omschrijft, te blijven koesteren!

Ik dank u allen hartelijk voor uw komst en iedereen die aan deze bijeenkomst heeft bijgedragen! Ik wijs u nog graag op het herdenkingsconcert dat zo zal beginnen in de Witte Kerk, u bent daar allen voor uitgenodigd. Deze plechtigheid is nu afgelopen. Dank u wel.

Hans Romeyn, burgemeester Heiloo

Naar overzicht