Speech 4 mei burgemeester Mascha ten Bruggencate
Hieronder leest u de speech die is uitgesproken door burgemeester Mascha ten Bruggencate tijdens de dodenherdenking van 4 mei 2026 in Heiloo.
Vandaag herdenken we, morgen vieren we 81 jaar vrijheid. Er zijn steeds minder mensen die uit eerste hand de verhalen over de Tweede Wereldoorlog kunnen vertellen. Er zijn weinig mensen die uit de eerste hand kunnen vertellen hoe het is om in oorlog te leven, om niet vrij te zijn. In de Witte Kerk hoorden we verhalen die heden en verleden samenbrengen. Het is belangrijk dat wij de verhalen blijven vertellen, vastleggen en doorgeven. Dat we de namen blijven noemen en dat we blijven beseffen dat tot op de dag van vandaag onschuldige slachtoffers vallen bij gewapende conflicten, in landen die bezet zijn, waar geen rechtsstaat geldt, waar geen vrijheid is. De slachtoffers zijn altijd mensen met een familie, een verhaal en een naam. De daders ook.
Je zou kunnen denken dat de verhalen over de Tweede Wereldoorlog nu allemaal wel een keer verteld zijn, dat alles wat toen gebeurd is, inmiddels bekend en vastgelegd is. Maar dat is niet zo. Steeds komen nieuwe stukjes geschiedenis tevoorschijn die samen steeds duidelijker de puzzel leggen van wat toen gebeurd is en waarom. Beelden die tientallen jaren op zolders hebben gelegen komen tevoorschijn, zoals bijvoorbeeld de filmbeelden die te zien zijn in Alkmaar op film. Archieven worden geopend. Nieuwe generaties gaan op zoek naar het verhaal van hun familie. Stukjes geschiedenis worden naast elkaar gelegd en helpen bij het vormen van een nieuwe kijk op de geschiedenis.
Een zoektocht naar zo’n familiegeschiedenis wordt heel mooi verteld in de podcast Ondergronds Verleden, waarin de familie Middelhoff op zoek gaat naar het verhaal van hun oom, Stephanus Martinus Middelhoff. Hij werd Step genoemd.
Step werd bij een vergeldingsactie in Limmen vermoord, samen met 9 andere mannen, hij was 21. Het verhaal dat in de familie verteld werd was dat hij heel ongelukkig op het verkeerde moment op de verkeerde plek was, er was weinig over hem bekend. Elk jaar zagen ze de naam van hun oom op het monument in Limmen, maar wisten niet of dat iets was om trots op te zijn, of niet. Toen zij een paar jaar geleden onderzochten wat er gebeurd was, werd veel duidelijk en kwam het verhaal uit de oorlog veel dichterbij.
Oom Step groeide op in het Blockhovepark. Toen hij in 1943 een oproep kreeg voor de tewerkstelling in Duitsland, dook hij onder in Soest. Daar raakte hij betrokken bij de lokale Knokploeg en nam deel aan overvallen op distributiekantoren. Toen in 1944 enkele leden van de knokploeg werden gearresteerd keerde hij terug naar Heiloo en sloot zich aan bij Knokploeg Alkmaar. Hij nam hier in de regio deel aan overvallen om voedselbonnen en persoonsbewijzen te bemachtigen.
Step dook onder bij zijn nicht en haar kinderen aan de Kennemerstraatweg, haar man was militair en was krijgsgevangen genomen. Het leek een prettige en veilige plek. Aan de rand van het Heiloer Bos, dat daarmee ook een goede mogelijkheid om te vluchten bood. Er leek sprake van liefde tussen beiden, liefde in tijden van oorlog.
In het huis maakte hij een toegang tot een ruimte achter schrootjes naast de slaapkamer, waar hij zou kunnen schuilen, als dat nodig zou zijn. Er is een aantal keren naar hem gezocht, maar zijn schuilplaats bleek goed.
De buren wisten wel dat hij er was, als kostganger. Uit de verslagen van de rechtszaken na de oorlog blijkt dat Step is verraden door een buurjongen, mogelijk nadat hij een ruzie probeerde te sussen en daarbij zijn wapen liet zien. Eerder had hij de buurjongen zijn schuilplaats laten zien, zodat de jongen als hij moest vluchten daar ook heen kon gaan. Met deze informatie wist de Sicherheitsdienst op 20 maart 1945 precies waar Step schuilde, achter de schrootjes. Step werd meteen gevonden en meegenomen, eerst naar Alkmaar en vervolgens naar Amsterdam. Hij is in zijn laatste dagen vreselijk gemarteld.
Op 6 april 1945 wordt Stephanus Martinus Middelhoff in Limmen doodgeschoten, samen met 9 andere onschuldige mannen, ze werden als gijzelaars vastgehouden en vermoord als represaille. Ze zijn begraven op de erebegraafplaats in Bloemendaal.
Aan de overkant van de Kennemerstraatweg woonde de familie Josephus Jitta. De heer Frans Josephus Jitta, zijn vrouw Noor Josephus Jitta-Leeuwenberg en hun drie zoontjes. Meneer was katholiek geworden voor zijn huwelijk, maar volgens de Duitse Rassenwetten was hij joods en werd daarom vervolgd. Om het gezin te beschermen zijn de heer en mevrouw Josephus Jitta in 1942 gescheiden. Zij bleven wel op hetzelfde adres wonen, de heer Josephus Jitta dook onder in zijn eigen huis aan de Kennermerstraatweg.
Er kwamen meer onderduikers in huis. Twaalf mensen hebben hier korte of lange tijd in het geheim gewoond. Als schuilplaats wordt een smalle gang naast de slaapkamer gemaakt. Eind 1944 wordt het huis door de Duitsers gevorderd om er een veldhospitaal in te richten. De hele familie verhuist noodgedwongen naar Haarlem.
Het gezin en de onderduikers hebben de oorlog overleefd dankzij de goede zorgen en het heldhaftig optreden van mevrouw Noor Josephus Jitta- Leeuwenberg. De heer en mevrouw Josephus Jitta konden opnieuw trouwen na de oorlog en kregen nog een dochter.
Deze verhalen speelden zich hier vlakbij af, we kennen de plekken, de huizen, de adressen. Het is niet moeilijk om de historische plekken te herkennen, want een groot deel van de omgeving is nog hetzelfde. De Kennemerstraatweg, het Heiloerbos, het huis van toen de familie Josephus Jitta, het huis waar Step Middelhof ondergedoken zat, het huis van zijn verrader.
Deze beide verhalen hebben recent weer meer aandacht gekregen. In 2023 is bij het huis van voorheen de familie Josephus Jitta een herinneringsbordje geplaatst dat aandacht vraagt voor het bijzondere verhaal van deze familie tijdens de oorlogsjaren.
Vorig jaar november is er voor het huis waar Step zat ondergedoken een Stolperstein, een struikelsteen geplaatst. In Heiloo lagen er al 26. De Stolperstein voor Step Middelhoff is de 27ste
Deze verhalen zijn, lang geleden, hier vlakbij gebeurd. Er staan gedenktekens opdat wij niet vergeten. Opdat wij hun namen, hun moed en hun lot niet vergeten. U komt er vast vaak langs, langs het stukje Kennemerstraatweg richting Alkmaar, waar de huizen grenzen aan het bos en denkt u dan eens aan het gezin, waar de vader in zijn eigen huis was ondergedoken, omdat de bezetter vond dat hij joods was. En denkt u eens aan de jongen die na een overval thuiskomt in het huis aan de andere kant van de straat, waar hij zich veilig voelt door het bos en de schuilplaats, maar waar hij toch verraden is. En denkt u ook aan degene die hem verraden heeft, waarschijnlijk in ruil voor een beetje eten.
En bedenkt u dan wat u zou doen.