Verslag participatie dialoog 8 september 2026

Lees hier het verslag van de participatie dialoog die 8 september 2026 plaatsvond in Heiloo.

Samenvatting

~  over woorden ontstaat teleurstelling, in het samen doen ontstaat gemeenschap ~ 

Deze dialoog, gevoerd in het gemeentehuis van Heiloo in het kader van de nieuwe participatieverordening, begint bij de vraag hoe participatie een integraal onderdeel van beleidsuitvoering kan worden, en loopt al bij het zoeken naar de vooronderstellingen vast op iets fundamentelers: het blijkt dat de aanwezigen niet hetzelfde bedoelen met het woord. De vraag wordt daarom vervangen door wat verstaan we onder participatie? en onderzocht aan de hand van de vooronderstellingen die eronder liggen, te beginnen bij: participatie is belangrijk. 

Het 1e antwoord daarop is bestuurlijk van aard. Participatie levert een beter plan op, vergroot het draagvlak, voorkomt vertraging door juridische procedures en verkleint de kloof tussen burger en politiek. Het voorbeeld van de woningbouw bij school De Duif draagt dat: de weerstand uit de buurt bracht beweging in het plan, dat waarschijnlijk met minder woningen wordt bijgesteld. Maar juist bij dat voorbeeld dringt de vraag zich op wiens belangen eigenlijk worden gehoord - de omwonenden zijn er, de toekomstige bewoners niet, en wie op werkdagen geen tijd heeft of de bestaande mogelijkheden niet kent, komt helemaal niet in beeld. Er is dus een botsing van belangen die niet met participatie te verzoenen is; uiteindelijk moet de politiek beslissen, want een plan is pas een slecht plan als het niet kan worden bijgesteld, maar oneindig bijstellen kan niet. 

Halverwege kantelt de dialoog. Als alle genoemde redenen waarom participatie belangrijk is vanuit de politiek geredeneerd zijn, wat is dan het belang van de burger? Daarop verschuift participatie van praten naar doen: een gemeenschap bouw je met handen, door iets fysieks aan te dragen, niet alleen door aan te schuiven bij een gesprek. Het Timmerdorp geldt daarbij als voorbeeld van breed gedragen participatie waar de gemeente meedenkt en soepel vergunt - al klinkt meteen de tegenwerping dat het zó geworteld is in Heiloo dat er helemaal niet over geparticipeerd wordt. 

Daarmee tekent zich de kern van de avond af. Waar het bij grote bouwprojecten om woorden gaat, is de speelruimte zo klein - bouwbesluit, omgevingsvergunning, provincie - dat communicatie bijna een route naar ontevredenheid wordt, zeker als de beloofde terugkoppeling een half jaar uitblijft omdat de projectleiding is gewisseld. Waar mensen werkelijk samen iets doen, is de kans op tevredenheid veel groter. Daaruit volgt een onderscheid dat de dialoog aan de verordening meegeeft: voor bouwprojecten ligt bij wet vast hoe er geparticipeerd moet worden, maar voor beleidsonderwerpen als verkeer en groen, nog vóór er casuïstiek is, ontbreekt zo'n kader - en juist daar zou op een georganiseerde wijze, bijvoorbeeld via een burgerberaad, geparticipeerd moeten worden, met als harde voorwaarde dat wie meedoet ook werkelijk iets terughoort. En misschien moet de vraag die aan alles voorafgaat niet gaan over een gebouw, maar over hoe wij hier eigenlijk willen samenleven.

Filosofische vragen

In de openingsronde werden de volgende vragen ingebracht: 

  • Wat is een gemeente? 
  • Wat mag je wel en wat mag je niet verwachten van participatie? 
  • Wat verstaan we onder participatie? 
  • Is participatie ook een vorm van communicatie? 
  • Hoe verklein je de kloof tussen gemeente en burger? 
  • Zou het waardevol zijn om een permanent burgerberaad te organiseren in Heiloo? 
  • Wat verstaat de inwoner onder participatie? 
  • Heeft iedereen in Heiloo nog een gemeenschap nodig, of hebben we genoeg aan onszelf? 
  • Hoe zorg je voor duurzame betrokkenheid? 
  • Wat maakt dat participatie, ondanks alle goede bedoelingen, keer op keer mislukt? 
  • Hoe houd je bewoners betrokken bij een initiatief van een gemeente of een vereniging? 
  • Hoe zorgen wij ervoor dat participatie integraal onderdeel is van beleidsuitvoering? 
  • Hoe belangrijk vindt men een raadgevend referendum, en moet de raad daarmee kunnen leven of moet het een zwaarwegend argument zijn? 
  • Wat is de relatie tussen participatie en een representatieve democratie? 
  • Hoe maak je een participatietraject zo toegankelijk mogelijk voor zoveel mogelijk mensen? 
  • Zijn er manieren voor burgers om praktisch met uitvoerende ambtenaren mee te werken - dus niet raadplegend of politiek, maar praktisch - en zo ja, welke, en willen we dat? 

Gaandeweg kwam daar nog een vraag bij: wat zijn de voorwaarden om participatie te laten lukken? 

Bij het inventariseren van de voorkeuren trok de vraag wat verstaan we onder participatie? meteen bijval: het is belangrijk dat men met elkaar weet waar het over gaat en hetzelfde verstaat onder een begrip, anders ontstaat ruis. Het is bovendien een mooie, brede vraag die een aantal van de andere vragen indekt. Daarnaast klonk voorkeur voor de vraag hoe participatie integraal onderdeel van beleidsuitvoering wordt, omdat de burger het idee moet krijgen dat de raad een vertegenwoordiging van de burger is: wat de gemeenschap in zijn algemeenheid denkt en belangrijk vindt, moet in de raad terugkomen en het moet niet verzanden in een collegebesluit dat de burger niet kent. Een 3e voorkeur ging naar het praktisch meewerken met uitvoerende ambtenaren: de ultieme vorm van participatie is medewerking, en dat voelt logisch maar brengt ook risico's mee. Dat het al gebeurt werd meteen opgemerkt: op sommige niveaus wordt er in het dorp met diverse ambtenaren samengewerkt, door suggesties aan te horen en voorstellen te doen. 

Er werd begonnen met de vraag hoe zorgen wij ervoor dat participatie integraal onderdeel is van beleidsuitvoering? Nadat het zoeken naar vooronderstellingen daarbij bleef steken op het begrip zelf, werd de vraag onderweg vervangen. 

De vraag die behandeld wordt is: Wat verstaan we onder participatie?

Methoden

Gekozen werd voor het onderzoeken van de vooronderstellingen die in de vraag besloten liggen. Casuïstiek werd bewust niet als methode gekozen, omdat het gesprek dan opnieuw over die ene zaak zou gaan; wel bleef de mogelijkheid open om later alsnog een casus in te brengen. Dat gebeurde ook: gaandeweg de dialoog werden twee ervaringen uit Heiloo telkens aangehaald. 

De 1e is de woningbouw bij school De Duif. Er lag een voorstel voor veel woningen, waarop uit de buurt veel weerstand kwam. Door de buurt mee te nemen kwam er een beter plan, waarschijnlijk met minder woningen; er werd inbreng geleverd, de architect zat erbij, en toegezegd werd dat er binnen een aantal maanden nieuwe voorstellen zouden komen - niet alleen over het aantal woningen en appartementen, maar ook over de veiligheid van fietsers, auto's en schoolgaande kinderen. Sindsdien is er niets meer gehoord, ook niet in de verkeerscommissie waarin een van de deelnemers zit. De 2e is het Timmerdorp, dat als voorbeeld van breed gedragen en positieve burgerparticipatie werd genoemd: er zijn veel vergunningen van de gemeente voor nodig en er wordt soepel meegedacht. 

Bij de vraag wat verstaan we onder participatie? werden deze vooronderstellingen genoemd: 

  • Er is zoiets als participatie.
  • Participatie is belangrijk.
  • We verstaan niet allemaal hetzelfde onder participatie.
  • Representatieve democratie is een vorm van participatie.
  • Participatie is deelnemen aan iets wat al bestaat; het is geen initiatief.
  • Het is geven en nemen.
  • Participatie is gehoord willen worden met je mening.
  • We begrijpen participatie specifiek als meebeslissen bij besluitvorming, alsof dat de enige vorm is.
  • Participatie kan ook zijn dat je iets nieuws inbrengt.
  • Participatie is alleen succesvol als er voldoende inbrengers zijn; bij 1 op 1 heeft het geen zin, er moet een groep zijn of draagvlak in de gemeenschap.
  • Participatie moet representatief zijn - waarbij meteen werd opgemerkt dat er in deze kring maar één vrouwelijke inwoner zat. 
  • Het advies dat uit participatie komt moet serieus genomen worden en een vervolg krijgen. 

Onderzocht werd vervolgens de vooronderstelling participatie is belangrijk.

Dialoog

Het onderzoek begint met de vraag waarom participatie eigenlijk belangrijk zou zijn - en met de nuancering dat zij dat voor sommige onderwerpen wel is en voor andere veel minder. Waar zij belangrijk is, is dat om informatie richting bewoners te krijgen én om het geluid van bewoners gehoord te krijgen, zodat het plan of het voorstel zelf kan verbeteren. Het voorbeeld daarbij is de woningbouw bij school De Duif: er lag een voorstel voor veel woningen, de buurt bracht daar veel weerstand tegenin, en door de buurt mee te nemen ontstaat een beter plan, misschien wel met minder woningen. Dan bereikt participatie werkelijk haar doel.

Daar komt een 2e reden bij: draagvlak. Bij de uitvoering van plannen als woningbouw is er vaak weerstand van omwonenden, en die weerstand kan de uitvoering ernstig vertragen, bijvoorbeeld doordat er gerechtelijke procedures worden gevoerd. Wie participatie serieus neemt en haar vormgeeft vanuit een niveau van gelijkheid tussen de verschillende partners die er een rol in spelen, krijgt die weerstand zo laag dat bewoners meegaan — en komt daardoor veel eerder tot uitvoering. 

De 3e reden ligt dieper en betreft vertrouwen. Door participatie voelt de burger zich werkelijk gehoord en krijgt hij het idee dat de politiek zijn best voor hem doet. Politici zijn, net als andere burgers, feilbare mensen die hun best doen om zo goed mogelijk beleid te ontwikkelen voor gemeente, provincie of land. Maar op het moment dat de burger het idee heeft dat de politiek ver weg is, in een ivoren torentje zit en maling heeft aan hem, daalt het vertrouwen in de politiek. Dat is precies wat niemand wil, en daarom moet de kloof tussen burger en politiek klein blijven. 

Tegen dat betoog komt meteen een vraag over wie er eigenlijk gehoord wordt. In het genoemde voorbeeld werden vermoedelijk vooral mensen uit de buurt gehoord, en het is de vraag of daar genoeg diversiteit aan meningen in zit. Wie er zelf vlakbij woont, wil niet meteen een groot appartementencomplex voor de deur - begrijpelijk. Maar belang heeft ook de persoon die daar in de toekomst zal komen wonen. En dan is er nog de drempel om te participeren. Wie meer tijd heeft, minder werkt of met pensioen is, kan op werkdagen naar vergaderingen en kan zulke mogelijkheden waarnemen; wie dat niet kan, of wie de bestaande mogelijkheden niet eens kent, komt niet aan het uiten van een mening toe. Alle belangen zouden dus meegewogen moeten worden, niet alleen die van de eerste groep die men tegenkomt of van de groep die de makkelijkste toegang heeft. Dat roept meteen de praktische vraag op wat de impact ergens van is en wie er dan allemaal bij horen: er worden altijd lijstjes gemaakt van wie wel en wie niet. 

Op dat punt laat zich samenvatten waar het onderzoek staat. Participatie is belangrijk omdat een voorstel er beter van wordt door inbreng van bewoners, omdat het zorgen wegneemt en draagvlak vergroot, en omdat het voorkomt dat de kloof tussen burger en overheid groter wordt. Daarnaast ligt er een 2e, andersoortige kwestie: als je het doet, doe je het dan inclusief genoeg - met toekomstige belanghebbenden en met belanghebbenden die minder dichtbij staan? Dat is een lastig vraagstuk, omdat er ergens lijntjes getrokken moeten worden en iemand die lijntjes hier op het gemeentehuis trekt, zonder dat eenduidig is waar ze horen te lopen. Opvallend is dat die eerste drie redenen allemaal vanuit de politiek geredeneerd zijn: wij willen onze plannen beter hebben, wij willen zorgen dat er geen weerstand is, de burger moet gehoord worden om de kloof te verkleinen. Maar waarom is participatie belangrijk als je het vanuit de burger zou redeneren? 

Voordat die vraag beantwoord wordt, komt de botsing van belangen scherper op tafel. De toekomstige bewoners waar het over ging, dat kunnen jongeren zijn, senioren, mensen die zijn aangewezen op betaalbare of sociale huur, mensen met een beperking. Al die groepen hebben andere belangen, en die staan misschien juist haaks op het belang van minder woningen waar de omgeving zich in kan vinden. Er is dus een botsing, en daar moet oog voor zijn — maar uiteindelijk moet de politiek een beslissing nemen. Het zal immers nooit zo zijn dat iedereen zijn zin krijgt. Een plan is pas een slecht plan als het niet kan worden bijgesteld; maar wordt het bijgesteld, dan zullen er altijd groepen zijn die zeggen dat zij niet helemaal tot hun recht komen. Oneindig doorgaan kan niet: uiteindelijk landt het in een definitief plan, een definitief ontwerp, en daar moet de politiek over beslissen. Zelfs op het laatste moment, als het in de raad komt, is er nog een mogelijkheid om zaken in te brengen — maar op enig moment moet er een politiek besluit vallen. Daarbij ligt er ook een rol voor de gemeente om de groepen die niet automatisch worden meegenomen te vertegenwoordigen. 

Hier keert het gesprek terug naar de allereerste vraag: wat is participatie eigenlijk? Het lijkt nu alsof participatie er puur en alleen in bestaat dat er naar mensen geluisterd wordt en dat die ergens hun mening over geven. Maar participatie is veel breder: het is ook veel meer iets doen, in plaats van aanschuiven bij een gesprek en een mening geven. Uiteindelijk maken we een gemeenschap met handen; die gemeenschap zullen we met elkaar moeten bouwen door iets te doen, door iets fysieks aan te dragen, en niet alleen door met elkaar in gesprek te zijn. 

Daarop volgt de gedachte dat het een het ander versterkt. Wanneer participatie serieus en representatief wordt opgezet, bijvoorbeeld via een burgerberaad, leidt dat uiteindelijk tot actief burgerschap. Wie hoort dat zijn mening telt, ziet dat er iets gebeurt en met anderen heeft gediscussieerd, raakt ook voor de toekomst meer betrokken. Serieuzere participatie kan een dorp zo naar een hoger niveau tillen. Daarmee is ook de eerder gestelde vraag beantwoord hoe je mensen actief krijgt: door hen werkelijk te laten participeren. Zonder die goede invulling ontstaat er geen draagvlak en wordt de inbreng van de burger juist minder. 

Maar dan moet er wel iets terugkomen. Alles staat en valt bij communicatie, en die is een wisselwerking, zowel naar de raad als naar de burger. De ervaring is anders. Als vrijwilliger is er in participatietrajecten heel veel tijd gestopt; er wordt beloofd dat er wordt teruggekoppeld, en vervolgens hoor je een half jaar niets. Dan ga je zelf bellen, en blijkt de projectleiding verdwenen - wat op zichzelf begrijpelijk is, want ook binnen de gemeente vallen mensen uit, maar het had gecommuniceerd kunnen worden. Zo stop je er energie in en denk je de volgende keer: laat het voor mij maar zitten, doe het maar met iemand anders. Bij De Duif is precies dat gebeurd: er is inbreng geleverd, er zijn voorstellen gedaan, de architect zat erbij en er zouden binnen een aantal maanden nieuwe voorstellen komen - niet alleen om het aantal woningen en appartementen terug te brengen, maar ook om de veiligheid van fietsers, auto's en schoolgaande kinderen te verbeteren en de kinderen op een andere manier naar school te laten gaan. Tot op heden is daar niets meer over gehoord, ook niet in de verkeerscommissie. 

Daar tegenover wordt een heel ander beeld van participatie gezet: participatie als iets wat burgers verbindt, en dat veel meer zit in dingen die niet levensbepalend zijn dan in de vraag of er een appartementencomplex voor je huis komt. Het Timmerdorp is daar het voorbeeld van: een vorm van burgerparticipatie die heel breed gedragen wordt en heel positief is. Er zijn vanuit de gemeente veel vergunningen voor nodig, en er wordt soepel meegedacht - het gaat door, ook als het warm is. Daar gebeurt heel veel tussen gemeente en burger, en dat is eigenlijk een moment om trots op te zijn en te vieren. Wat daarin zichtbaar wordt is gemeenschapszin buiten de grote gemeentelijke lijn om. Daarbij hoort een ouderwets aandoende wens: dat we die mensen daarin gewoon vertrouwen, en dat er niet zoveel participatie nodig is. In de tijd van vroeger waren er beleidsmakers die het beleid maakten; daar hield je je buiten, omdat je ervan uitging dat zij dat met hun beste intenties deden. Dan kwam er iets, en dat was het. Je hoefde niet te allen tijde alles met iedereen te bespreken, en de burger was ook nog niet zo mondig. Dat is een positie waar men, zolang de nadelen niet zijn ondervonden, weinig moeite mee had - want over heel veel dingen hoef je niets te vinden, en over heel veel dingen weet je heel weinig; en dat geldt voor bijna iedereen. 

Die 2 beelden vragen om een onderscheid, ook met het oog op de participatieverordening waaraan gewerkt wordt. Bij bouwprojecten is bij wet geregeld hoe er geparticipeerd moet worden, en daar kan een burger zich ook op beroepen als de gemeente zich er niet aan houdt; daar ligt dus een kader. Maar bij beleidsonderwerpen - verkeer, groen, het echt nadenken over beleid, nog voordat er casuïstiek is - ontbreekt dat. Juist daar zou het goed zijn om in de verordening op te nemen dat participatie op een georganiseerde wijze geregeld wordt: een burgerberaad kan, maar het kan ook iets anders zijn, zoals de verkeersdenktank die er is geweest. En dan moet evident zijn dat wie meedoet, ook werkelijk nog iets terug hoort. 

Daarmee komt een tegenstrijdigheid in beeld die de hele avond onder het gesprek lag. Als het over meepraten en meebeslissen gaat, lijkt het vooral in het belang van de gemeente dat dat gebeurt, en is de kans op teleurstelling bij de burger groot: misschien is er wel geluisterd, maar het ging alleen over woorden, en er gebeurt niets met wat we zeggen. Bij bouwprojecten is er bovendien een bouwbesluit, een omgevingsvergunning, en wil de provincie ook nog wat - er is zo weinig speelruimte voor bewoners dat de communicatie bijna een route naar ontevredenheid wordt. Maar als het fysiek wordt, als er echt samen wordt gedaan, lijkt de kans op tevredenheid, althans in deze 2 voorbeelden, een stuk groter. Doe je echt mee, of wordt je alleen gevraagd wat je vindt van iets groots dat men van plan is? 

Daar wordt meteen een kanttekening bij gezet: het is de vraag of het Timmerdorp wel participatie ís. Het is zo geworteld in Heiloo dat het gewoon een ABC'tje is; daar wordt niet over geparticipeerd. En daarmee komt de twijfel aan de orde die tot dan toe onuitgesproken was gebleven: helpt dit ons verder, en gaat een gesprek als dit de kloof tussen burger en politiek verkleinen? Het antwoord daarop is uitgesproken sceptisch: dit soort bijeenkomsten zullen daar niet aan bijdragen, het is te filosofisch, en op het moment dat er iets te doen is, sluit dat veel makkelijker aan bij wat mensen aanspreekt. 

Het weerwoord dat volgt draait die vaststelling om. Als heel veel mensen er niet van afweten, als beleidsstukken te technisch of te moeilijk zijn en als er zoveel behoefte is aan actief meedoen, dan is er misschien wel een cultuur ontstaan waarin men niet gewend is om in te spreken of mee te doen. Waarom moeten we eigenlijk geïnformeerd worden? Misschien juist omdat we in die zin niet betrokken zijn bij het geheel. Stel dan een andere vraag. Niet: er komt een gebouw, wat vindt u ervan. Maar: hoe willen wij samenleven, wat willen wij als Heilooërs? Als daar met z'n allen over nagedacht wordt, zal men het niet altijd eens worden, maar ontstaat er misschien juist wel dat gemeenschapsgevoel. Alleen al het feit dat men in verbinding met elkaar staat en er samen over nadenkt, maakt gemeenschapszin — en dat dit zich in de praktijk nog niet zo uit, zegt misschien iets over de cultuur waarin we beland zijn. Verbinding en gesprek, daar zit de waarde. 

Ten slotte wordt de eerder gestelde vraag beantwoord waarom participatie ook voor de burger zelf goed is. Zij is goed voor de burger omdat de burger iets kan inbrengen in de politiek: dat er iets moet gebeuren aan een gevaarlijk kruispunt, dat daar onderzoek naar moet komen, dat er op een bepaalde plek meer handhaving nodig is. De politiek moet daarnaar luisteren — zij hoeft er niet per se naar te handelen, maar zij moet luisteren. Een burger of een groep burgers kan een zienswijze indienen, en daar moet de raad zich dan over buigen. Op die manier kan de burger direct invloed uitoefenen op de politiek, en wel op een actieve manier in plaats van een reactieve.

Reflecties op participatie

In het afsluitende rondje kwamen enkele gedachten naar voren die het onderzoek verder brengen. De vraag die gaandeweg de avond alleen maar groter werd, is of iedereen wel hetzelfde verstaat onder het woord participeren. Dat werd ook als winst benoemd: er kwamen heel veel verschillende beelden van participatie langs, van het Timmerdorp tot van alles en nog wat, van projecten tot beleid. Dat er verschillende beelden zijn is op zichzelf goed om te weten, al werd tegelijk vastgesteld dat het centrale punt - wat elkaars aannames precies zijn - nog niet geraakt is. 

Wat als waardevol werd ervaren, is dat er in het algemeen over participatie gesproken werd en niet over 1 project. Zodra het over een concreet project gaat, over woningbouw of over een asielopvang, sta je al snel tegenover elkaar en probeer je elkaar te overtuigen; nu was de sfeer een andere. 

Ook klonk de verwachting waarmee men gekomen was: het bevorderen van participatie binnen de gemeente Heiloo, het creëren van draagvlak bij meer burgers, zodat mensen het bij wijze van spreken op een verjaardag positief uitdragen en zeggen dat zij ook aan participatie meedoen. Die vertaalslag naar een breder vlak binnen de gemeente is met deze avond nog niet gemaakt; wat bleef hangen was juist de vraag wat participatie nu eigenlijk is. 

1 beeld bleef staan: dit was een vorm van democratie-fitness. Democratie bestaat uit verschillende spieren die we niet zo vaak gebruiken, en luisteren is er daar 1 van. Daarbij hoort een ongemakkelijke constatering: de mensen die in een ruimte als deze zitten, zijn de mensen die graag iets willen zeggen en veel meningen hebben, en die zich hard kunnen laten horen. De meeste mensen zijn zo niet, en die komen dus ook niet in zo'n ruimte terecht. Juist daarom is het goed om ook die andere spieren te trainen. Daarbij bleef de vraag open wat een gesprek als dit kan betekenen voor het toekomstige participatiebeleid van Heiloo: krijgt het een vervolg, en komt er nog meer advies voor dat nieuwe beleid? 

Ten slotte een gedachte over de verordening zelf. Als een groep als deze er niet uitkomt wat participatie eigenlijk is, dan zegt dat iets over wat een participatieverordening is: een vanuit een bepaalde optiek, met vooronderstellingen geschreven document. Maak die vooronderstellingen dan tenminste expliciet. Participatie voor de gemeente in een verordening is niet het Timmerdorp - dat is een ABC'tje, dat doen we altijd al - het gaat over iets anders. Men hoeft het daarover niet met elkaar eens te worden, als maar duidelijk is wat participatie wel en niet is. En daarover blijkt dit dorp op deze avond geen eenduidig beeld te hebben

Over de dialoog & 't Socratisch Gilde Castricum

Deze avond werd verzorgd door 't Socratisch Gilde Castricum, dat de BUCH-gemeenten heeft aangeboden zijn kennis en ervaring met hen te delen, en werd ondersteund door Socratisch Gilde Amsterdam. Het gaat om vrijwilligerswerk. De opbrengst van deze dialoog wordt gebruikt voor de nieuwe participatieverordening; de deelnemers worden meegenomen wanneer er iets is opgeleverd, wanneer het naar het college gaat en wanneer het in de commissie wordt besproken. 

De Socratische Gildes werken aan innovatieve democratie en verzorgen dialogen, trainingen en bijeenkomsten. Meer informatie over het Socratisch Gilde Castricum is te vinden op dialoog weet raad(Verwijst naar een externe website).

Over Innovatieve Democratie 

Innovatieve democratie is een filosofie en een methode. Het wordt toegepast op maatschappelijke vraagstukken waar vernieuwing van denken en doen wenselijk is en voor menselijk begrip in groepen. Met de methode analyseren we het narratief waarin we leven en hoe en waarom we deze internaliseren en blijven voortzetten, zelfs als de verhalen waarbij we leven blokkerend zijn voor een goed menselijk bestaan.

Innovatieve democratie creëert bewustwording van overtuigingen over onszelf, onze cultuur en leert ons echt te luisteren. Hierdoor kunnen we fundamenteel anders denken over onszelf en uitdagingen waar we voor staan, zoals participatie

Meer informatie op Open Research(Verwijst naar een externe website).